'Ik ben een vrij vrouspersoon, en mach doen wat ik wil!'
Acht jaar later, het is inmiddels 1644, verschijnt Lijsebeth Hemmes uit Enkhuizen op verzoek van stadgenoot Michiel Andries bij notaris Pieter van der Gracht in Amsterdam om een verklaring af te leggen. Hemmes verklaart dat zij in 1636 met haar schip bij Philippine om te soetelen, etenswaren te verkopen aan de troepen, en dat zij ' aldaar verscheijde malen gehoort, en gesieen heeft, dat zeker weduwe van Enchuijzen, Aaf Pieters genaemt, door diversche onbehoorlijke acten zeer tegen weduwelijken eerbaarheijt zondigde, en dat dezelve aldaar voor een openbare hoer gehouden [werd]'
Aaf Pieters zou zich 'nacht en dach' ophouden met twee getrouwde schippers, een kaag en een sergeant van de ruiterij. Liesebeth was van mening dat dit niet te verenigen was met een christelijk, eerbaar leven en spreekt haar stadgenote er op aan. Aaf was daar absoluut niet van gediend en reageerde dan ook zeer uitgesproken: "ik ben een vrij vrouspersoon, en mach doen wat ik wil".
Waarom deze korte akte acht jaar naar dato werd opgemaakt weten we niet. In een verder niet gerelateerde verklaring uit 1651 wordt Aef, inmiddels 53 jaar, de weduwe van Michiel Andriesz genoemd. Blijkbaar hebben de verklaringen van Lijsbeth er in ieder geval niet voor gezorgd dat een huwelijk tussen Aef en Michiel niet doorging.

