De Spaanse stoel
De Spaanse stoel was een regulier stoeltype uit de laat-zestiende en vroeg-zeventiende eeuw. De stoel had vier rechte poten, door vier
regels verbonden. De twee achterste poten liepen recht omhoog. Tussen deze stijlen was een rugleuning in de vorm van een liggende rechthoek gemonteerd. Ook de zitting was rechthoekig. De vaste bekleding van leer of stof werd bevestigd met koperen siernagels. Spaanse stoelen werden in allerlei houtsoorten en in verschillende maten uitgevoerd, soms sober, dan weer rijk gedecoreerd. De Spaanse stoel wordt nooit in detail beschreven. In de akten komen ze meest voor als '(oude) Spaanse stoelen'. Sommige beschrijvingen zijn iets uitvoeriger. Zo waren er Spaanse stoelen voor dames en voor heren, bekleed met blauw laken, met rood felp uit Haarlem of zoals een van de Spaanse herenstoelen, uitgevoerd met een houten leuning en zwarte spijlen.
Rondleiding door een zeventiende-eeuwse meubelwerkplaats
Aan de vervaardiging van de meeste Spaanse stoelen in Amsterdam lijkt echter geen José of Miguel te pas te zijn gekomen. De term 'Spaans' lijkt vooral op het model terug te voeren, niet op de herkomst. Uit een boedelinventaris opgesteld door notaris Jacob de Winter op 28 oktober 1651 weten we dat in de Middelstraat Jan Jacobsz als Spaanse stoelenmaker actief was. De aanleiding om de inventaris van zijn werkplaats op te maken was het faillissement van Jacobsz die schulden had bij zijn huisbaas. De goederen in de werkplaats geven een goed beeld van de voorraad, de basismaterialen en de gereedschappen die Jacobs gebruikte bij het maken en repareren van Spaanse stoelen. Jan Jacobs had diverse stoelen tegelijkertijd onder handen. Hij bezat voor het maken van de stoelonderdelen specialistisch gereedschap dat hij sleep op wetsteen. Mogelijk werd ook de oude boekenpers als 'gereedschap'ingezet om delen samen te klemmen.
Uit de rondgang door het voorhuis, de kelder, keuken, over een plaats, door de bierkelder en over de zolder van Jacobs' werkplaats krijgen we een beeld van het ambacht.
In het voorhuis
zeventien ongemaakte Spaanse stoelen
twee oude Spaanse stoelen
een kakstoeltje
een oud ijzeren vuurpotje
een Spaanse stoelenmakerszaag
twee houten bladen van Spaanse stoelen
een oud klein kussentje
een werkbank met lade waarin zeventien stuks Spaanse stoelenmakersgereedschap
vijf stukken hout om Spaanse stoelen af te werken
een kastje met enkele oude lappen met een doekenhuifs bordje en wat rommel
in de kelder
een achtkantig eikenhouten tafeltje met een kapstokje
drie ongemaakte Spaanse stoelen
zeven oude gemaakte Spaanse stoelen
een eikenhoutje rekje met twee aardewerk schotels
een eikenhouten kannenbord met een slijpboortje
een oud testament met een psalmboekje in klein octaaf
een oude groene deken met een oude grauwe hoedt
in de keuken
een oude Spaanse stoel
een visbordje
een oud zwart schuiertje
enkele oude aardewerk potten
een oud tenen mandje
op de plaats
een oud ijzeren potje
een slijpsteen
twee wastobbes
een klein vaatje
een bezem
in de bierkelder
een half vat bier met een koperen kraan
drie stukken hout
op zolder
zeven ongemaakte Spaanse stoelen
een werkbank
een blauwe watersteen
drie zaagbladen
twee houten hamers
een oude leren 'bouchel' (?)
zeven schaven
vijf stuks houten gereedschap voor het maken van Spaanse stoelen
een oude boekenpers
enkele gemaakt onderdelen en ander houtwerk voor Spaanse stoelen
een houten schroef
een werkblok
haardoek voor Spaanse stoelen
een plank dienend als werkbank
een oud koffertje vol kleine stukjes hout
een Spaanse stoelenmakerszaag
De inventaris gunt ons een kijkje in Jacobs' werkplaats, want wonen deed Jacobs daar waarschijnlijk niet. Zo wordt in de inventaris geen melding gemaakt van een bed, linnengoed of kleding. Prenten aan de muur of andere aankleding van de kamers zoals een tafel, een vloerkleed, ontbreken. Aan huisraad trof de notaris slechts een achtkantig eikenhouten tafeltje met een kapstokje aan, een 'kakstoeltje' (een kinderstoel), een eikenhouten rekje met twee aardewerk schotels en een visbordje. Opvallend is dat alle overige genoemde gebruiksvoorwerpen de toevoeging 'oud' hebben: het ijzeren vuurpotje, een deken, een kussentje, enkele aardewerk potten, een tenen mandje, een zwart schuiertje. Het doet vermoeden dat de genoemde huisraad, evenals het 'eikenhouten kannenbord met een slijpboortje' en de wastobbes op de plaats, een ander doel dienden dienden dan wassen, slapen en koken. Het lijkt oude huisraad te zijn die een herbestemming had gekregen in de werkplaats. De enige bezitting van persoonlijk aard was een oud testament met een psalmboekje.
De bekleding
Spaanse stoelen voor het rijkere deel van de bevolking waren meestal uitgevoerd met kostbare stoffen. Het maken van de houten onderdelen van de stoel en het bekleden gebeurde waarschijnlijk niet in dezelfde werkplaats. De werkplaats was door het zagen, boren en slijpen van gereedschappen vast te stoffig en dat is de reden dat we in de werkplaats van Jacobs geen bekledingsstoffen, leder of siernagels aantreffen. Wel haardoek, dat ongetwijfeld dienst deed als onderlaag voor de bekleding. Of de Spaanse stoelenmaker de stoel zelf bekleedde of dat aan een andere ambachtsman overliet, is niet bekend. De hieronder afgebeelde luxe Spaanse stoel (1615-1625) uit de collectie van het Rijksmuseum was uitgevoerd in pallisanderhout, ebbenhout, koper en leer en was met fluweel bekleed. Dit type stoel kwam in heel Europa voor en werd bijna overal als 'Spaanse stoel' aangeduid. De comfortabele zit moet er in de eerste helft van de zeventiende eeuw ongeveer zo hebben uitgezien.
