
Venusziekten, de historische benaming van syfilis, was voor taxateurs van een plantage reden om een tot slaaf gemaakte volledig af te schrijven. Ook de mededeling dat “zes slaven door het gerechtshof levend verbrand” zijn, wordt terloops in de opstelsom van deze inventaris van de plantage Beekvliet genoemd.
Slavenlijsten binnen inventarissen van plantages waren in de tijd bedoeld om te verklaren hoeveel een tot slaaf gemaakte waard was. Dat hing af of hij van veel of weinig dienst was. Officiers en huismeiden meer waard dan veldslaven. Ziekte en ouderdom verminderde juist de waarde. De toevoeging “Malinker” slaat op die groep. Malinkers konden door ouderdom minder hard konden werken.
Deze slavenlijsten zijn in onze tijd een waardevolle bron over het dagelijks leven op een plantage. De beschrijvingen achter de slavennamen en de vluchtige opmerkingen bij de optelsom geven een inkijkje in de rollen van de tot slaaf gemaakten. De rol van negerofficier of van afgeschreven, “verrot” handelswaar.

1. Assaba officier
2. Coridom officier
3. Philander officier
4. Cupido heeft de venus ziekten
5. Jackie kuiper (een vaten- of tonnenmaker)
6. Fortuyn kuiper
7. Pieter malinker (kon door ouderdom minder hard kon werken)
8. Kort Jackie timmerman
9. Alexander timmerman
10. Matroos malinker
11. Hoezeij
12. Isaack
13. Willem malinker
14. Askan
15. Leander
16. Fenix
19. Eva Is verrot
20. Alida
21. Fortuna Malinker
22. Dorothea
23. Lea
24. Cato Nieuwe negerin
25. Roselina
26. Lorensa
Mannen en vrouwen, samen zijn 60 stuks veldslaven, zowel goede (gezonde) als slechte. Daar wordt in onze tijd (tijd dat de inventaris werd gemaakt) gebruikelijk 300 gulden voor gerekend. Daar gaat van af:
Zes stuks, door justitie levend verbrand, twee die zijn weggelopen, twee die door venusziekten (syfilis) verrot zijn. Dus tien in totaal. Blijven er 50 stuks over voor 300 gulden = 15.000 gulden
22. Monkje ziek
23. Jaba ut supra (hetzelfde als hierboven, dus ook ziek)
24. Lueretje
Samen 24 kinderen, zowel jongens als meisjes, groot en klein, door elkaar gerekend, volgens handelsgebruik tegen 100 gulden bedraagt 2400 gulden
Samen in Surinaams geld, somma: f. 34403, 18 (de waarde van de hele inventaris van de plantage)
Archiefbank: Archief van de Bank Insinger en Co.
top